BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 1x14
Ziekenfondswet
1. Indien een uitvoeringsorgaan behoort tot een groep, verstrekt het aan het College zorgverzekeringen dan wel het College toezicht, voor zover dat voor de vervulling van de taak van het desbetreffende college redelijkerwijs noodzakelijk is, op verzoek overeenkomstig de door het desbetreffende college gestelde eisen en binnen de daarbij gestelde termijn, kosteloos alle gegevens en inlichtingen over:
a. de zeggenschapsstructuur van de groep,
b. de financiële structuur van de groep,
c. de inrichting van de administratieve organisatie en interne controle van de groep,
d. de activiteiten van de leden van de groep,
e. de personen die het beleid van de groep, of van leden van de groep bepalen of medebepalen en wier beleid uit dien hoofde van belang is voor het uitvoeringsorgaan.
2. Onder de overeenkomstig het eerste lid gestelde voorwaarden verleent het daar bedoelde uitvoeringsorgaan op verzoek van het desbetreffende college aan door dat college aangewezen personen toegang tot en inzage in alle in dat lid bedoelde gegevens. Het uitvoeringsorgaan biedt voorts gelegenheid tot het kopiëren van die gegevens.
3. Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn verstrekt of verkregen over de groep of de andere leden van de groep worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
4. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van het eerste of tweede lid enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge het eerste of tweede lid verstrekt of verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van deze wet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenof de Wet financiering volksverzekeringenwordt vereist.
5. Het derde en vierde lid laten, ten aanzien van degene op wie het derde lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvorderingdie betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van een verklaring over gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak.
6. Het derde en vierde lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het vierde lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingen van artikel 66 van de Faillissementswet die betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring over gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen over een lid van een groep als bedoeld in het eerste lid, die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de voorgaande volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op leden van een groep, die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging het desbetreffende lid van de groep in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten.
7. Het College zorgverzekeringen en het College toezicht zijn, in afwijking van het derde en vierde lid, bevoegd met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hen ingevolge deze wet opgedragen taak, mededelingen te doen mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke leden van de groep niet zijnde uitvoeringsorganen.
8. Het derde en vierde lid laten onverlet de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge artikel 59 van de Comptabiliteitswet. De Rekenkamer is bij het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 59, elfde tot en met veertiende lid, van de Comptabiliteitswet, verplicht tot geheimhouding voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die haar ingevolge de eerste volzin bekend zijn geworden.
a. de zeggenschapsstructuur van de groep,
b. de financiële structuur van de groep,
c. de inrichting van de administratieve organisatie en interne controle van de groep,
d. de activiteiten van de leden van de groep,
e. de personen die het beleid van de groep, of van leden van de groep bepalen of medebepalen en wier beleid uit dien hoofde van belang is voor het uitvoeringsorgaan.
2. Onder de overeenkomstig het eerste lid gestelde voorwaarden verleent het daar bedoelde uitvoeringsorgaan op verzoek van het desbetreffende college aan door dat college aangewezen personen toegang tot en inzage in alle in dat lid bedoelde gegevens. Het uitvoeringsorgaan biedt voorts gelegenheid tot het kopiëren van die gegevens.
3. Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn verstrekt of verkregen over de groep of de andere leden van de groep worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
4. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van het eerste of tweede lid enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge het eerste of tweede lid verstrekt of verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van deze wet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenof de Wet financiering volksverzekeringenwordt vereist.
5. Het derde en vierde lid laten, ten aanzien van degene op wie het derde lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvorderingdie betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van een verklaring over gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak.
6. Het derde en vierde lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het vierde lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingen van artikel 66 van de Faillissementswet die betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring over gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen over een lid van een groep als bedoeld in het eerste lid, die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de voorgaande volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op leden van een groep, die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging het desbetreffende lid van de groep in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten.
7. Het College zorgverzekeringen en het College toezicht zijn, in afwijking van het derde en vierde lid, bevoegd met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hen ingevolge deze wet opgedragen taak, mededelingen te doen mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke leden van de groep niet zijnde uitvoeringsorganen.
8. Het derde en vierde lid laten onverlet de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge artikel 59 van de Comptabiliteitswet. De Rekenkamer is bij het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 59, elfde tot en met veertiende lid, van de Comptabiliteitswet, verplicht tot geheimhouding voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die haar ingevolge de eerste volzin bekend zijn geworden.