BWBR0004809
Geldig vanaf 2005-07-16
Artikel 17b
Wet toezicht beleggingsinstellingen
1. Onze Minister deelt de beheerder die voornemens is de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling door het vestigen van een bijkantoor in Nederland aan te bieden, binnen twee maanden nadat Onze Minister door het bevoegde gezag van de lidstaat van herkomst in kennis is gesteld van de vestiging van het bijkantoor en de voorgenomen activiteiten en diensten van de beheerder en de organisatiestructuur van het bijkantoor, het adres waar documenten kunnen worden opgevraagd en de namen van de bestuurders van het bijkantoor zijn ontvangen, de voorwaarden mee waaronder de werkzaamheden met het oog op een adequate werking van de financiële markten en de positie van de beleggers op die markten kunnen worden uitgeoefend.
2. De beheerder, bedoeld in het eerste lid, kan het bijkantoor in Nederland vestigen zodra hij daartoe een mededeling van Onze Minister heeft ontvangen of indien de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken, tenzij Onze Minister voordien heeft bekend gemaakt:
a. dat het voornemen als bedoeld in het eerste lid niet in overeenstemming is met de toepasselijke Nederlandse wettelijke bepalingen; of
b. dat de beoogde wijze van verhandeling in strijd is met wettelijke voorschriften die betrekking hebben op het niet door de richtlijn bestreken gebied.
2. De beheerder, bedoeld in het eerste lid, kan het bijkantoor in Nederland vestigen zodra hij daartoe een mededeling van Onze Minister heeft ontvangen of indien de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken, tenzij Onze Minister voordien heeft bekend gemaakt:
a. dat het voornemen als bedoeld in het eerste lid niet in overeenstemming is met de toepasselijke Nederlandse wettelijke bepalingen; of
b. dat de beoogde wijze van verhandeling in strijd is met wettelijke voorschriften die betrekking hebben op het niet door de richtlijn bestreken gebied.