BWBR0004809
Geldig vanaf 2005-07-16
Artikel 22a
Wet toezicht beleggingsinstellingen
1. Indien tot de personen, die middellijk of onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders van een beheerder, beleggingsinstelling of de bewaarder, indien aan de instelling verbonden, te benoemen of te ontslaan, iemand behoort, die niet voldoet aan de op grond van artikel 12, tweede lid, gestelde regels met betrekking tot zijn betrouwbaarheid, kan Onze Minister die personen de aanwijzing geven dat degene, wiens betrouwbaarheid niet aan deze regels voldoet, deze bevoegdheid niet meer mag uitoefenen.
2. De personen tot wie de aanwijzing is gericht, volgen deze binnen een door Onze Minister te stellen termijn op.
3. De personen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren Onze Minister binnen de gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven.
4. De beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder geeft geen gevolg aan algemene of bijzondere instructies van degene, op wie een aanwijzing van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft.
2. De personen tot wie de aanwijzing is gericht, volgen deze binnen een door Onze Minister te stellen termijn op.
3. De personen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren Onze Minister binnen de gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven.
4. De beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder geeft geen gevolg aan algemene of bijzondere instructies van degene, op wie een aanwijzing van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft.