BWBR0004809
Geldig vanaf 2005-07-16
Artikel 27b
Wet toezicht beleggingsinstellingen
1. Onze minister dan wel een rechtspersoon aan wie ingevolge artikel 29taken en bevoegdheden zijn overgedragen werkt, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op beleggingsinstellingen die deel uitmaken van een groep, samen met de autoriteiten die ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992( Stb.1992, 722), de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfonderscheidenlijk de Wet toezicht effectenverkeer 1995belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, verzekeraars onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders die tot diezelfde groep behoren.
2. Onze minister dan wel een rechtspersoon aan wie ingevolge artikel 29taken en bevoegdheden zijn overgedragen pleegt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig overleg met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid.
3. Vervallen.
4. Onze Minister dan wel een rechtspersoon aan wie ingevolge artikel 29taken en bevoegdheden zijn overgedragen, verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid danwel de autoriteit die belast is met de uitvoering van de Wet inzake de geldtransactiekantorenof de Wet toezicht trustkantorende gegevens of inlichtingen die hij verkregen heeft bij de vervulling van de hem bij of krachtens deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid en betrouwbaarheid van personen als bedoeld in de algemene maatregel van bestuur tot uitvoering van artikel 5, eerste lid, onder a, voor zover Onze Minister dan wel de rechtspersoon als bovenbedoeld, van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
5. De verplichting als bedoeld in het vierde lid geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 27, eerste lid.
2. Onze minister dan wel een rechtspersoon aan wie ingevolge artikel 29taken en bevoegdheden zijn overgedragen pleegt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig overleg met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid.
3. Vervallen.
4. Onze Minister dan wel een rechtspersoon aan wie ingevolge artikel 29taken en bevoegdheden zijn overgedragen, verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid danwel de autoriteit die belast is met de uitvoering van de Wet inzake de geldtransactiekantorenof de Wet toezicht trustkantorende gegevens of inlichtingen die hij verkregen heeft bij de vervulling van de hem bij of krachtens deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid en betrouwbaarheid van personen als bedoeld in de algemene maatregel van bestuur tot uitvoering van artikel 5, eerste lid, onder a, voor zover Onze Minister dan wel de rechtspersoon als bovenbedoeld, van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
5. De verplichting als bedoeld in het vierde lid geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 27, eerste lid.