BWBR0004809
Geldig vanaf 2005-07-16
Artikel 33n
Wet toezicht beleggingsinstellingen
Onze Minister kan, in afwijking van artikel 24, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:
a. het feit dat aan een beleggingsinstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van toepassing is, een aangevraagde vergunning of ontheffing is geweigerd, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem een vergunning of ontheffing verleend;
b. het feit dat een beleggingsinstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van toepassing is, niet over een vergunning beschikt dan wel geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 17, eerste lid;
c. het feit dat degene op wie een vrijstelling als bedoeld in artikel 14 van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden;
d. zijn bekendmaking, bedoeld in artikel 17, vierde lid, wanneer deze bekendmaking niet meer in beroep kan worden getroffen en de beleggingsinstelling haar rechten van deelneming in Nederland ondanks deze bekendmaking in stijd met het verbod van artikel 4 heeft aangeboden.
a. het feit dat aan een beleggingsinstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van toepassing is, een aangevraagde vergunning of ontheffing is geweigerd, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem een vergunning of ontheffing verleend;
b. het feit dat een beleggingsinstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van toepassing is, niet over een vergunning beschikt dan wel geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 17, eerste lid;
c. het feit dat degene op wie een vrijstelling als bedoeld in artikel 14 van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden;
d. zijn bekendmaking, bedoeld in artikel 17, vierde lid, wanneer deze bekendmaking niet meer in beroep kan worden getroffen en de beleggingsinstelling haar rechten van deelneming in Nederland ondanks deze bekendmaking in stijd met het verbod van artikel 4 heeft aangeboden.