BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 18
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Artikel 9en de paragrafen 1en 2van dit hoofdstuk, voorzover de toepassing daarvan betrekking heeft op de emissie van zwaveldioxide, zijn niet van toepassing op stookinstallaties in een raffinaderij.
2. In een raffinaderij bedraagt de concentratie aan zwaveldioxide, gemiddeld over de rookgassen die afkomstig zijn van:
a. de bestaande stookinstallaties niet meer dan 1700 mg/m3 en met ingang van 1 januari 2008 niet meer dan 1000 mg/m3;
b. de stookinstallaties waarvoor op of na 29 mei 1987 maar voor 27 november 2002 vergunning is verleend, en de stookinstallaties met een vermogen van minder dan 50 MW waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, niet meer dan 1000 mg/m3;
c. de stookinstallaties met een thermisch vermogen van 50 MW of meer waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, niet meer dan 600 mg/m3.
3. Onverminderd het tweede lid, bedraagt in een raffinaderij de massahoeveelheid zwaveldioxide die per tijdseenheid met de rookgassen die afkomstig zijn van de stookinstallaties wordt geëmitteerd, vermeerderd met de in die tijdseenheid geëmitteerde hoeveelheid zwaveloxiden, afkomstig van de omzetting van zwavelwaterstof in zwavel, berekend als zwaveldioxide, gedeeld door het totale volume van de in die tijdseenheid geëmitteerde rookgassen, niet meer dan 1000 mg/m 3.
2. In een raffinaderij bedraagt de concentratie aan zwaveldioxide, gemiddeld over de rookgassen die afkomstig zijn van:
a. de bestaande stookinstallaties niet meer dan 1700 mg/m3 en met ingang van 1 januari 2008 niet meer dan 1000 mg/m3;
b. de stookinstallaties waarvoor op of na 29 mei 1987 maar voor 27 november 2002 vergunning is verleend, en de stookinstallaties met een vermogen van minder dan 50 MW waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, niet meer dan 1000 mg/m3;
c. de stookinstallaties met een thermisch vermogen van 50 MW of meer waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, niet meer dan 600 mg/m3.
3. Onverminderd het tweede lid, bedraagt in een raffinaderij de massahoeveelheid zwaveldioxide die per tijdseenheid met de rookgassen die afkomstig zijn van de stookinstallaties wordt geëmitteerd, vermeerderd met de in die tijdseenheid geëmitteerde hoeveelheid zwaveloxiden, afkomstig van de omzetting van zwavelwaterstof in zwavel, berekend als zwaveldioxide, gedeeld door het totale volume van de in die tijdseenheid geëmitteerde rookgassen, niet meer dan 1000 mg/m 3.