BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 25
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Een emissiegrenswaarde die ingevolge artikel 24in de plaats treedt van de in artikel 16, vierde lid, aanhef en onder a, genoemde emissiegrenswaarde bedraagt ten hoogste:
a. voor een stookinstallatie als bedoeld in artikel 24, vierde lid: 1°. 700 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
1°. 700 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
b. voor een stookinstallatie anders dan bedoeld onder a: 1°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
2°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
1°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
2°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
2. Een emissie-eis die ingevolge artikel 24in de plaats treedt van de in artikel 16, vierde lid, aanhef en onder b, genoemde emissie-eis mag ten hoogste een waarde hebben van 225 mg/m 3.
3. Een emissiegrenswaarde die ingevolge artikel 24in de plaats treedt van de in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, genoemde emissiegrenswaarde, bedraagt ten hoogste:
a. voor een stookinstallatie als bedoeld in artikel 24, vijfde lid: 1°. 500 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
1°. 500 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
b. voor een stookinstallatie anders dan bedoeld onder a: 1°. 350 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
1°. 350 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
a. voor een stookinstallatie als bedoeld in artikel 24, vierde lid: 1°. 700 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
1°. 700 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
b. voor een stookinstallatie anders dan bedoeld onder a: 1°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
2°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
1°. 450 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
2°. 400 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
2. Een emissie-eis die ingevolge artikel 24in de plaats treedt van de in artikel 16, vierde lid, aanhef en onder b, genoemde emissie-eis mag ten hoogste een waarde hebben van 225 mg/m 3.
3. Een emissiegrenswaarde die ingevolge artikel 24in de plaats treedt van de in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, genoemde emissiegrenswaarde, bedraagt ten hoogste:
a. voor een stookinstallatie als bedoeld in artikel 24, vijfde lid: 1°. 500 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
1°. 500 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer;
b. voor een stookinstallatie anders dan bedoeld onder a: 1°. 350 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.
1°. 350 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 50 megawatt;
2°. 300 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 500 megawatt;
3°. 200 milligram per normaal kubieke meter, indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 500 megawatt of meer.