BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 30c
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. De waarde van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele waarnemingen, op basis waarvan de gemiddelden worden berekend die getoetst worden aan de emissie-eisen, is bij continumetingen niet groter dan de volgende percentages van de emissie-eisen:
a. zwaveldioxide: 20;
b. stikstofoxiden: 20;
c. stof: 30.
2. Bij continue metingen vindt toetsing aan de bij of krachtens dit besluit gestelde emissie-eisen plaats op basis van het gemiddelde van de individuele waarnemingen, na aftrek van de waarde van het in het eerste lid bedoelde betrouwbaarheidsinterval.
3. Bij afzonderlijke metingen kan een door een meetinstantie aangetoond 95%-betrouwbaarheidsinterval op dezelfde wijze als beschreven in het tweede lid worden verdisconteerd. Dit betrouwbaarheidsinterval is niet groter dan de in het eerste lid genoemde percentages.
4. Indien in een dag meer dan drie uurgemiddelden ongeldig zijn wegens storing of onderhoud van het continu werkende meetsysteem, worden de metingen van die dag als ongeldig beschouwd. Indien per jaar de metingen van meer dan tien dagen ongeldig zijn, worden passende maatregelen getroffen om de betrouwbaarheid van het continu werkende meetsysteem te verbeteren.
a. zwaveldioxide: 20;
b. stikstofoxiden: 20;
c. stof: 30.
2. Bij continue metingen vindt toetsing aan de bij of krachtens dit besluit gestelde emissie-eisen plaats op basis van het gemiddelde van de individuele waarnemingen, na aftrek van de waarde van het in het eerste lid bedoelde betrouwbaarheidsinterval.
3. Bij afzonderlijke metingen kan een door een meetinstantie aangetoond 95%-betrouwbaarheidsinterval op dezelfde wijze als beschreven in het tweede lid worden verdisconteerd. Dit betrouwbaarheidsinterval is niet groter dan de in het eerste lid genoemde percentages.
4. Indien in een dag meer dan drie uurgemiddelden ongeldig zijn wegens storing of onderhoud van het continu werkende meetsysteem, worden de metingen van die dag als ongeldig beschouwd. Indien per jaar de metingen van meer dan tien dagen ongeldig zijn, worden passende maatregelen getroffen om de betrouwbaarheid van het continu werkende meetsysteem te verbeteren.