BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 39
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een gasturbine, een gasturbine-installatie of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, met een thermisch vermogen van 100 MW of meer, bepaald door continue meting.
2. De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een gasturbine, een gasturbine-installatie of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, met een thermisch vermogen van minder dan 100 MW, bepaald door:
a. continue meting indien ter bestrijding van de emissie van stikstofoxiden met het rookgas injectie van water, stoom of een ander inert materiaal wordt toegepast, tenzij op een andere wijze ten genoegen van het bevoegd gezag wordt aangetoond dat de voor de stookinstallatie geldende emissie-eis niet zal worden overschreden;
b. afzonderlijke meting indien geen continue meting plaatsvindt.
3. De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een zuigermotor bepaald door middel van een afzonderlijke meting.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een stookinstallatie met een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer, maar minder dan 300 MW, die na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf zal worden gesteld. In dat geval is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
2. De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een gasturbine, een gasturbine-installatie of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, met een thermisch vermogen van minder dan 100 MW, bepaald door:
a. continue meting indien ter bestrijding van de emissie van stikstofoxiden met het rookgas injectie van water, stoom of een ander inert materiaal wordt toegepast, tenzij op een andere wijze ten genoegen van het bevoegd gezag wordt aangetoond dat de voor de stookinstallatie geldende emissie-eis niet zal worden overschreden;
b. afzonderlijke meting indien geen continue meting plaatsvindt.
3. De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een zuigermotor bepaald door middel van een afzonderlijke meting.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een stookinstallatie met een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer, maar minder dan 300 MW, die na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf zal worden gesteld. In dat geval is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.