BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 34
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Indien bij een stookinstallatie, waarvoor voor 27 november 2002 vergunning is verleend, of een stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW de concentratie aan zwaveldioxide in rookgas continu wordt gemeten, geldt een emissie-eis als in acht genomen, indien in een kalenderjaar:
a. geen kalendermaandgemiddelde de waarde van de emissie-eis te boven gaat en
b. 97% van alle 48-uursgemiddelden niet hoger ligt dan 110% van de waarde van de emissie-eis.
2. Indien bij een stookinstallatie, waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, met een thermisch vermogen van 50 MW of meer de concentratie aan zwaveldioxide in rookgas continu wordt gemeten, geldt de emissie-eis als in acht genomen, indien in een kalenderjaar:
a. geen daggemiddelde hoger is dan de waarde van de emissie-eis en
b. 95% van alle uurgemiddelden niet hoger is dan 200% van de waarde van de emissie-eis.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden meetuitkomsten, verkregen tijdens perioden waarin een stookinstallatie krachtens artikel 7of artikel 7ain werking mag zijn tijdens storingen in de apparatuur die de emissiereductie bewerkstelligt, alsmede meetuitkomsten verkregen tijdens het opstarten en stilleggen, niet meegerekend.
a. geen kalendermaandgemiddelde de waarde van de emissie-eis te boven gaat en
b. 97% van alle 48-uursgemiddelden niet hoger ligt dan 110% van de waarde van de emissie-eis.
2. Indien bij een stookinstallatie, waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, met een thermisch vermogen van 50 MW of meer de concentratie aan zwaveldioxide in rookgas continu wordt gemeten, geldt de emissie-eis als in acht genomen, indien in een kalenderjaar:
a. geen daggemiddelde hoger is dan de waarde van de emissie-eis en
b. 95% van alle uurgemiddelden niet hoger is dan 200% van de waarde van de emissie-eis.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden meetuitkomsten, verkregen tijdens perioden waarin een stookinstallatie krachtens artikel 7of artikel 7ain werking mag zijn tijdens storingen in de apparatuur die de emissiereductie bewerkstelligt, alsmede meetuitkomsten verkregen tijdens het opstarten en stilleggen, niet meegerekend.