BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 32
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. De concentratie aan zwaveldioxide in rookgas wordt bepaald door middel van een afzonderlijke meting bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen, kleiner dan 100 MW, tenzij:
a. continue meting plaatsvindt, of
b. het in acht nemen van de emissie-eisen uitsluitend door middel van het stoken van brandstoffen met een bepaald zwavelgehalte geschiedt.
2. Een afzonderlijke meting als bedoeld in het eerste lid wordt zo spoedig mogelijk nadat een emissie-eis op de stookinstallatie van toepassing wordt, doch uiterlijk binnen vier weken na dat tijdstip, verricht. Indien het thermisch vermogen van de stookinstallatie 50 MW of meer is, wordt een volgende afzonderlijke meting als bedoeld in het eerste lid verricht:
a. indien de stookinstallatie minder dan zes maanden per jaar aaneengesloten uit bedrijf is: uiterlijk zes maanden na de ingevolge de eerste volzin verrichte eerste afzonderlijke meting en vervolgens telkens na afloop van een periode van zes maanden;
b. indien de stookinstallatie meer dan zes maanden per jaar aaneengesloten uit bedrijf is: uiterlijk een jaar na de ingevolge de eerste volzin verrichte eerste afzonderlijke meting en vervolgens telkens na afloop van een periode van een jaar.
a. continue meting plaatsvindt, of
b. het in acht nemen van de emissie-eisen uitsluitend door middel van het stoken van brandstoffen met een bepaald zwavelgehalte geschiedt.
2. Een afzonderlijke meting als bedoeld in het eerste lid wordt zo spoedig mogelijk nadat een emissie-eis op de stookinstallatie van toepassing wordt, doch uiterlijk binnen vier weken na dat tijdstip, verricht. Indien het thermisch vermogen van de stookinstallatie 50 MW of meer is, wordt een volgende afzonderlijke meting als bedoeld in het eerste lid verricht:
a. indien de stookinstallatie minder dan zes maanden per jaar aaneengesloten uit bedrijf is: uiterlijk zes maanden na de ingevolge de eerste volzin verrichte eerste afzonderlijke meting en vervolgens telkens na afloop van een periode van zes maanden;
b. indien de stookinstallatie meer dan zes maanden per jaar aaneengesloten uit bedrijf is: uiterlijk een jaar na de ingevolge de eerste volzin verrichte eerste afzonderlijke meting en vervolgens telkens na afloop van een periode van een jaar.