BWBR0030630
Geldig vanaf 23-10-2011
Artikel 14
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011
1. De ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent handelt in overeenstemming met het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1177/2006 neergelegde verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen.
2. Nadat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, reinigt en ontsmet hij de betreffende stal onverwijld na het afvoeren van het stalkoppel vleeskuikens uit deze stal.
3. Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent onverwijld een stalonderzoek uitvoeren.
4. Nadat in het kader van het stalonderzoek als bedoeld in het derde lid monsters zijn genomen, mag de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent een stalkoppel vleeskuikens in de stal plaatsen in afwachting van de uitslag van het stalonderzoek. Indien uit de uitslag van het stalonderzoek blijkt dat Salmonella in de stal is aangetoond, laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent de stal, na het afvoeren van dit stalkoppel vleeskuikens, ontsmetten door een ontsmettingsbedrijf.
5. De voorzitter kan de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent gelasten om, in afwijking van het vierde lid, slechts een koppel vleeskuikens in de stal te plaatsen indien op grond van het stalonderzoek geen Salmonella in de stal is aangetoond.
6. Indien de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, neemt deze ondernemer de door het bestuur bij besluit vastgestelde maatregelen ten aanzien van het vangen, laden en afvoeren van de vleeskuikens van het bedrijf, het melden van een besmetting, de plaatsing van stalkoppels vleeskuikens, de leegstandsperiode van de stal, het graan dat hij aan het stalkoppel vleeskuikens voert alsmede ten aanzien van het vervolgonderzoek dat hij moet verrichten.
2. Nadat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, reinigt en ontsmet hij de betreffende stal onverwijld na het afvoeren van het stalkoppel vleeskuikens uit deze stal.
3. Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent onverwijld een stalonderzoek uitvoeren.
4. Nadat in het kader van het stalonderzoek als bedoeld in het derde lid monsters zijn genomen, mag de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent een stalkoppel vleeskuikens in de stal plaatsen in afwachting van de uitslag van het stalonderzoek. Indien uit de uitslag van het stalonderzoek blijkt dat Salmonella in de stal is aangetoond, laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent de stal, na het afvoeren van dit stalkoppel vleeskuikens, ontsmetten door een ontsmettingsbedrijf.
5. De voorzitter kan de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent gelasten om, in afwijking van het vierde lid, slechts een koppel vleeskuikens in de stal te plaatsen indien op grond van het stalonderzoek geen Salmonella in de stal is aangetoond.
6. Indien de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, neemt deze ondernemer de door het bestuur bij besluit vastgestelde maatregelen ten aanzien van het vangen, laden en afvoeren van de vleeskuikens van het bedrijf, het melden van een besmetting, de plaatsing van stalkoppels vleeskuikens, de leegstandsperiode van de stal, het graan dat hij aan het stalkoppel vleeskuikens voert alsmede ten aanzien van het vervolgonderzoek dat hij moet verrichten.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030630
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl