BWBR0030630
Geldig vanaf 02-03-2014
Artikel 19
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011
1. De ondernemer verstrekt tijdig de monsters als bedoeld in de artikelen 4, 7, 10 en 13 aan het voor detectie van Salmonella en aan het voor serotypering erkende laboratorium.
2. De ondernemer meldt tijdig de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 4, 7, 10 en 13 en van het verificatieonderzoek als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 10 schriftelijk aan de leverancier van het pluimvee en de broedeieren alsmede aan de afnemer van het pluimvee, de broedeieren of de consumptie-eieren. Indien de leverancier of de afnemer niet de juiste uitslagen heeft ontvangen, kan de voorzitter de leverancier of afnemer hierop wijzen.
3. De ondernemer meldt tijdig de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 4, 7, 10 en 13 aan de voorzitter en de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 10 tevens aan GD.
4. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de wijze waarop, het tijdstip waarop en de frequentie waarmee de ondernemer de in het eerste lid bedoelde monsters verstrekt en de in het tweede en derde lid bedoelde uitslagen meldt, alsmede ten aanzien van de hoedanigheid van de leverancier en de afnemer als bedoeld in het tweede lid.
2. De ondernemer meldt tijdig de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 4, 7, 10 en 13 en van het verificatieonderzoek als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 10 schriftelijk aan de leverancier van het pluimvee en de broedeieren alsmede aan de afnemer van het pluimvee, de broedeieren of de consumptie-eieren. Indien de leverancier of de afnemer niet de juiste uitslagen heeft ontvangen, kan de voorzitter de leverancier of afnemer hierop wijzen.
3. De ondernemer meldt tijdig de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 4, 7, 10 en 13 aan de voorzitter en de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 10 tevens aan GD.
4. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de wijze waarop, het tijdstip waarop en de frequentie waarmee de ondernemer de in het eerste lid bedoelde monsters verstrekt en de in het tweede en derde lid bedoelde uitslagen meldt, alsmede ten aanzien van de hoedanigheid van de leverancier en de afnemer als bedoeld in het tweede lid.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030630
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl