BWBR0030630
Geldig vanaf 23-10-2011
Artikel 8
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011
1. De voorzitter stelt op grond van de uitslag van de serotypering als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of artikel 7, tweede lid, dan wel van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, of artikel 7, vierde lid, een besmetting met een bepaald serotype Salmonella vast bij het stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters als bedoeld in artikel 7 afkomstig zijn, en meldt deze vaststelling schriftelijk aan de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent.
2. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent neemt de volgende maatregelen indien het in het eerste lid bedoelde stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee is besmet met de serotypen Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis, Salmonella Virchow of Salmonella Java, nadat hij een daartoe strekkende last van de voorzitter heeft gekregen:
a. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd en die reeds in de kuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 2-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009;
b. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd en die in de kuikenbroederij aanwezig zijn maar nog niet zijn ingelegd, een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is;
c. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd en die aanwezig zijn in de kuikenbroederij, te laten vernietigen;
d. het in de kuikenbroederij aanwezige pluimvee dat afkomstig is uit broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd, te ruimen.
3. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent is verplicht om de in het tweede lid bedoelde last onverwijld op te volgen.
2. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent neemt de volgende maatregelen indien het in het eerste lid bedoelde stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee is besmet met de serotypen Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis, Salmonella Virchow of Salmonella Java, nadat hij een daartoe strekkende last van de voorzitter heeft gekregen:
a. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd en die reeds in de kuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 2-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009;
b. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd en die in de kuikenbroederij aanwezig zijn maar nog niet zijn ingelegd, een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is;
c. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd en die aanwezig zijn in de kuikenbroederij, te laten vernietigen;
d. het in de kuikenbroederij aanwezige pluimvee dat afkomstig is uit broedeieren die door het besmette stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee zijn geproduceerd, te ruimen.
3. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent is verplicht om de in het tweede lid bedoelde last onverwijld op te volgen.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030630
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl