BWBR0030630
Geldig vanaf 23-10-2011
Artikel 6
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011
1. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent mag pas broedeieren inleggen nadat hij de gebruikte lokalen en broedkasten heeft gereinigd en ontsmet.
2. De ondernemer die een kuikenbroederij in de legsector uitoefent is verplicht om vier keer per kalenderjaar na het reinigen en ontsmetten een hygiëneonderzoek in de kuikenbroederij te laten uitvoeren door GD.
3. De ondernemer die een kuikenbroederij in de pluimveevleessector uitoefent is verplicht om zes keer per kalenderjaar na het reinigen en ontsmetten een hygiëneonderzoek in de kuikenbroederij te laten uitvoeren door GD.
4. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent mag een deel van het in het tweede en derde lid bedoelde hygiëneonderzoek zelf uitvoeren.
2. De ondernemer die een kuikenbroederij in de legsector uitoefent is verplicht om vier keer per kalenderjaar na het reinigen en ontsmetten een hygiëneonderzoek in de kuikenbroederij te laten uitvoeren door GD.
3. De ondernemer die een kuikenbroederij in de pluimveevleessector uitoefent is verplicht om zes keer per kalenderjaar na het reinigen en ontsmetten een hygiëneonderzoek in de kuikenbroederij te laten uitvoeren door GD.
4. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent mag een deel van het in het tweede en derde lid bedoelde hygiëneonderzoek zelf uitvoeren.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030630
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl