BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.105
Invoeringswet Omgevingswet
1. In het omgevingsplan worden door de gemeenteraad en het dagelijks bestuur van het waterschap geen regels gesteld die in strijd zijn met het inpassingsplan, bedoeld in artikel 3.26 van de Wet ruimtelijke ordening.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een instructieregel als bedoeld in artikel 2.22 of 2.24 van de Omgevingswetof een instructie als bedoeld in artikel 2.33of 2.34 van de Omgevingswethet stellen van dergelijke regels vergt.
3. Het eerste lid is van toepassing tot tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan, of korter, als in het inpassingsplan een termijn is gesteld als bedoeld in artikel 3.26, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een instructieregel als bedoeld in artikel 2.22 of 2.24 van de Omgevingswetof een instructie als bedoeld in artikel 2.33of 2.34 van de Omgevingswethet stellen van dergelijke regels vergt.
3. Het eerste lid is van toepassing tot tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan, of korter, als in het inpassingsplan een termijn is gesteld als bedoeld in artikel 3.26, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.