BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.36
Invoeringswet Omgevingswet
1. Als voor de inwerkingtreding van afdeling 19.2 van de Omgevingswetvoorschriften zijn gegeven of is gelast dat een werk voor bepaalde of onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk wordt stilgelegd als bedoeld in artikel 56 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, blijft het oude recht van toepassing.
2. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetschade is veroorzaakt door een maatregel als bedoeld in artikel 56of 57 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, blijft het oude recht van toepassing.
3. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen rechtsvordering tot vergoeding van schade op grond van artikel 59 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, en bij toewijzing van die vordering, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.
2. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetschade is veroorzaakt door een maatregel als bedoeld in artikel 56of 57 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, blijft het oude recht van toepassing.
3. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen rechtsvordering tot vergoeding van schade op grond van artikel 59 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, en bij toewijzing van die vordering, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.