BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.76
Invoeringswet Omgevingswet
1. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetschade aan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 7.18 van de Waterwetis ontstaan, blijft het oude recht van toepassing.
2. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen vordering:
a. op grond van artikel 7.18, tweede lid, van de Waterwet is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en, bij toewijzing van die vordering, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.
b. op grond van artikel 7.18, derde lid, van de Waterwet is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en, bij toewijzing van die vordering: 1°. de eigendom van de onroerende zaak is overgenomen, en
2°. de overnemingssom volledig is betaald.
1°. de eigendom van de onroerende zaak is overgenomen, en
2°. de overnemingssom volledig is betaald.
3. Als het tijdstip waarop de schade aan een onroerende zaak is ontstaan niet of niet binnen een redelijke termijn kan worden vastgesteld, is op de vordering op grond van artikel 7.18, tweede of derde lid, van de Waterwet, de Omgevingswet van toepassing.
2. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen vordering:
a. op grond van artikel 7.18, tweede lid, van de Waterwet is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en, bij toewijzing van die vordering, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.
b. op grond van artikel 7.18, derde lid, van de Waterwet is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en, bij toewijzing van die vordering: 1°. de eigendom van de onroerende zaak is overgenomen, en
2°. de overnemingssom volledig is betaald.
1°. de eigendom van de onroerende zaak is overgenomen, en
2°. de overnemingssom volledig is betaald.
3. Als het tijdstip waarop de schade aan een onroerende zaak is ontstaan niet of niet binnen een redelijke termijn kan worden vastgesteld, is op de vordering op grond van artikel 7.18, tweede of derde lid, van de Waterwet, de Omgevingswet van toepassing.