BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.79
Invoeringswet Omgevingswet
1. Op de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtzijn de artikelen 2.5, vijfde, zesde en achtste lid, en 6.3 van die wetniet van toepassing, als die aanvraag voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetis ingediend en de beschikking op die aanvraag nog niet onherroepelijk is.
2. Een beschikking waarbij voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetpositief en onherroepelijk is beslist op de aanvraag met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechttreedt in werking als op dat tijdstip geen aanvraag is ingediend voor de beschikking met betrekking tot de tweede fase, en geldt die beschikking met betrekking tot de eerste fase als een omgevingsvergunning voor de betrokken activiteit voor zover voor die activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswetis vereist.
3. Als de aanvraag met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetis ingediend en een beschikking op die aanvraag nog niet onherroepelijk is, blijft het oude recht van toepassing op de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
4. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, blijft het oude recht van toepassing op de voorbereiding en vaststelling van een beschikking tot intrekking als bedoeld in artikel 2.5, vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
5. Afdeling 4.1is in die gevallen niet van toepassing.
2. Een beschikking waarbij voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetpositief en onherroepelijk is beslist op de aanvraag met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechttreedt in werking als op dat tijdstip geen aanvraag is ingediend voor de beschikking met betrekking tot de tweede fase, en geldt die beschikking met betrekking tot de eerste fase als een omgevingsvergunning voor de betrokken activiteit voor zover voor die activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswetis vereist.
3. Als de aanvraag met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetis ingediend en een beschikking op die aanvraag nog niet onherroepelijk is, blijft het oude recht van toepassing op de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
4. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingsweteen ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, blijft het oude recht van toepassing op de voorbereiding en vaststelling van een beschikking tot intrekking als bedoeld in artikel 2.5, vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
5. Afdeling 4.1is in die gevallen niet van toepassing.