BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.69
Invoeringswet Omgevingswet
1. Een aanwijzing als bedoeld in a rtikel 3.12 van de Waterwetdie met toepassing van artikel 5.31, eerste lid, van die wet, aan het bestuur van een waterschap is gegeven en onherroepelijk is, en waaraan nog niet uitvoering is gegeven op de wijze aangegeven in die aanwijzing, geldt als een instructie aan het waterschapsbestuur als bedoeld in artikel 19.16, eerste lid, van de Omgevingswet.
2. Een aanwijzing van de commissaris van de Koning in de provincie als bedoeld in artikel 3.12 van de Waterwetdie met toepassing van artikel 5.31, tweede lid, van die wet, aan het bestuur van een waterschap is gegeven en onherroepelijk is, en waaraan nog niet uitvoering is gegeven op de wijze aangegeven in die aanwijzing, geldt als een instructie aan het waterschapsbestuur als bedoeld in artikel 19.16, tweede lid, van de Omgevingswet.
3. Als een aanwijzing als bedoeld in het eerste of tweede lid niet onherroepelijk is, blijft het oude recht daarop van toepassing tot zij onherroepelijk wordt als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswethet bestuur van het waterschap van het voornemen tot het geven van de aanwijzing in kennis is gesteld.
2. Een aanwijzing van de commissaris van de Koning in de provincie als bedoeld in artikel 3.12 van de Waterwetdie met toepassing van artikel 5.31, tweede lid, van die wet, aan het bestuur van een waterschap is gegeven en onherroepelijk is, en waaraan nog niet uitvoering is gegeven op de wijze aangegeven in die aanwijzing, geldt als een instructie aan het waterschapsbestuur als bedoeld in artikel 19.16, tweede lid, van de Omgevingswet.
3. Als een aanwijzing als bedoeld in het eerste of tweede lid niet onherroepelijk is, blijft het oude recht daarop van toepassing tot zij onherroepelijk wordt als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswethet bestuur van het waterschap van het voornemen tot het geven van de aanwijzing in kennis is gesteld.