BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.65
Invoeringswet Omgevingswet
1. Een projectplan van het Rijk als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet, waarop de procedure van paragraaf 5.2 van die wet van toepassing is, en dat onherroepelijk is, geldt voor zover de in het projectplan omschreven activiteit onder de Omgevingswetvergunningplichtig is, als een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 2°, van de Omgevingswetvoor die activiteit. In dat geval blijven de artikelen 5.8 tot en met 5.14 van de Waterwetgelden tot de activiteit, genoemd in de omgevingsvergunning, ten uitvoer is gelegd.
2. Als een projectplan niet onherroepelijk is, blijft het oude recht daarop van toepassing als het ontwerp daarvan voor de inwerkingtreding van afdeling 5.2 van de Omgevingswetter inzage is gelegd.
3. Een vastgesteld projectplan wordt, voor zover na de inwerkingtreding van de Omgevingswetonteigening plaatsvindt ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de in het projectplan omschreven activiteit, voor de toepassing van artikel 11.6 van de Omgevingswetals een onteigeningsbelang aangemerkt.
4. Als de voorbereiding van een projectplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetis aangevangen, geen ontwerp van het projectplan ter inzage is gelegd en is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 5.47en 5.48 van de Omgevingswetgestelde vereisten, kan een ontwerp van een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswetter inzage worden gelegd.
5. Als de voorbereiding van een projectplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetin een vergevorderd stadium is, geen ontwerp van het projectplan ter inzage is gelegd en is voldaan aan artikel 5.48, eerste lid, van de Omgevingswet, kan binnen een periode van een jaar en zes maanden na dat tijdstip een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswetworden vastgesteld.
2. Als een projectplan niet onherroepelijk is, blijft het oude recht daarop van toepassing als het ontwerp daarvan voor de inwerkingtreding van afdeling 5.2 van de Omgevingswetter inzage is gelegd.
3. Een vastgesteld projectplan wordt, voor zover na de inwerkingtreding van de Omgevingswetonteigening plaatsvindt ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de in het projectplan omschreven activiteit, voor de toepassing van artikel 11.6 van de Omgevingswetals een onteigeningsbelang aangemerkt.
4. Als de voorbereiding van een projectplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetis aangevangen, geen ontwerp van het projectplan ter inzage is gelegd en is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 5.47en 5.48 van de Omgevingswetgestelde vereisten, kan een ontwerp van een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswetter inzage worden gelegd.
5. Als de voorbereiding van een projectplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetin een vergevorderd stadium is, geen ontwerp van het projectplan ter inzage is gelegd en is voldaan aan artikel 5.48, eerste lid, van de Omgevingswet, kan binnen een periode van een jaar en zes maanden na dat tijdstip een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswetworden vastgesteld.