BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.106
Invoeringswet Omgevingswet
1. In het omgevingsplan worden door de gemeenteraad, het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten geen regels gesteld die in strijd zijn met het inpassingsplan, bedoeld in artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een instructieregel als bedoeld in artikel 2.24 van de Omgevingswetof een instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswethet stellen van dergelijke regels vergt.
3. Het eerste lid is van toepassing tot tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan, of korter, als in het inpassingsplan een termijn is gesteld als bedoeld in a rtikel 3.28, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
4. Bepalingen van een omgevingsverordening blijven buiten toepassing voor zover ze in strijd zijn met het inpassingsplan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een instructieregel als bedoeld in artikel 2.24 van de Omgevingswetof een instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswethet stellen van dergelijke regels vergt.
3. Het eerste lid is van toepassing tot tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan, of korter, als in het inpassingsplan een termijn is gesteld als bedoeld in a rtikel 3.28, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
4. Bepalingen van een omgevingsverordening blijven buiten toepassing voor zover ze in strijd zijn met het inpassingsplan.