BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.26
Invoeringswet Omgevingswet
1. Een erkenning van het openbaar belang van een openbaar werk als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrechtdie onherroepelijk is, geldt als grondslag voor het opleggen van een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10.21, eerste lid, van de Omgevingswet.
2. Een bevel tot verplaatsing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Belemmeringenwet Privaatrechtdat onherroepelijk is, geldt als een wijziging van de gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10.23, eerste lid, van de Omgevingswet.
3. Een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrechtdie onherroepelijk is, geldt als een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.24 van de Omgevingswet.
4. Een gedoogplicht als bedoeld in artikel 11 van de Belemmeringenwet Privaatrecht die onherroepelijk is, geldt als een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10.20 van de Omgevingswet.
2. Een bevel tot verplaatsing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Belemmeringenwet Privaatrechtdat onherroepelijk is, geldt als een wijziging van de gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10.23, eerste lid, van de Omgevingswet.
3. Een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrechtdie onherroepelijk is, geldt als een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.24 van de Omgevingswet.
4. Een gedoogplicht als bedoeld in artikel 11 van de Belemmeringenwet Privaatrecht die onherroepelijk is, geldt als een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10.20 van de Omgevingswet.