BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 1.8
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. De geldigheidsduur van een keuringscertificaat bedraagt 12 maanden.
2. De geldigheidsduur van een keuringscertificaat vangt aan met ingang van de datum van afgifte daarvan.
3. Indien een keuringscertificaat wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn verstrijkt, vangt de geldigheidsduur van het keuringscertificaat aan met ingang van dat tijdstip.
4. Een keuringscertificaat verliest zijn geldigheid indien:
a. een wijziging of herstel van het meetmiddel heeft plaatsgevonden, waardoor de juistheid kan zijn veranderd,
b. de verzegeling is verbroken,
c. een zodanige mechanische of elektrische overbelasting is ontstaan, dat een juist functioneren niet meer gewaarborgd kan worden, of
d. de geldigheidsduur verstreken is.
5. Specifieke gebruiksomstandigheden, van belang bij de keuring en het gebruik van het meetmiddel, moeten worden vermeld in het keuringscertificaat.
2. De geldigheidsduur van een keuringscertificaat vangt aan met ingang van de datum van afgifte daarvan.
3. Indien een keuringscertificaat wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn verstrijkt, vangt de geldigheidsduur van het keuringscertificaat aan met ingang van dat tijdstip.
4. Een keuringscertificaat verliest zijn geldigheid indien:
a. een wijziging of herstel van het meetmiddel heeft plaatsgevonden, waardoor de juistheid kan zijn veranderd,
b. de verzegeling is verbroken,
c. een zodanige mechanische of elektrische overbelasting is ontstaan, dat een juist functioneren niet meer gewaarborgd kan worden, of
d. de geldigheidsduur verstreken is.
5. Specifieke gebruiksomstandigheden, van belang bij de keuring en het gebruik van het meetmiddel, moeten worden vermeld in het keuringscertificaat.