BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.6.6
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. De maximale fout zowel voor toenemende als voor afnemende remvertraging bedraagt: 0,1 m/s.
2. De maximale fout in de registratie van de meettijd bedraagt 2% van de werkelijke meettijd.
3. De maximale fout in de meettijd voor de aanwijzing van een verandering van de remvertraging ter grootte van het gehele aanwijsbereik bedraagt 0,1 seconde.
4. De maximale fout veroorzaakt door de standcorrectie-inrichting of door instelling op de grenswaarde van de standaanwijzing bij gebruik of justering bedraagt 0,02 m/s 2.
5. De maximale fout in de berekening van de resulterende meetwaarde bedraagt 0,02 m/s 2
6. De maximale fout veroorzaakt door een beperkte afleesnauwkeurigheid van de analoge registratie zoals bedoeld in artikel 3.6.11, derde lid, bedraagt 0,02 m/s 2.
2. De maximale fout in de registratie van de meettijd bedraagt 2% van de werkelijke meettijd.
3. De maximale fout in de meettijd voor de aanwijzing van een verandering van de remvertraging ter grootte van het gehele aanwijsbereik bedraagt 0,1 seconde.
4. De maximale fout veroorzaakt door de standcorrectie-inrichting of door instelling op de grenswaarde van de standaanwijzing bij gebruik of justering bedraagt 0,02 m/s 2.
5. De maximale fout in de berekening van de resulterende meetwaarde bedraagt 0,02 m/s 2
6. De maximale fout veroorzaakt door een beperkte afleesnauwkeurigheid van de analoge registratie zoals bedoeld in artikel 3.6.11, derde lid, bedraagt 0,02 m/s 2.