BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.9.12
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. De waarde van de afleeseenheid bedraagt bij inrichtingen met digitale aanwijzing 0,1% vol CO en bij inrichtingen met analoge aanwijzing 0,1% vol CO of 0,2% vol CO.
2. Bij inrichtingen met analoge aanwijzing moet de lengte van het kleinste schaaldeel ten minste 1,25 mm bedragen. Het gedeelte van de wijzer dat de deelstrepen overlapt, moet duidelijk zichtbaar zijn en een dikte hebben die niet meer bedraagt dan een vierde van de lengte van het kleinste schaaldeel. De wijzer moet ten minste één derde van de kortste streep bedekken. Op de schaalverdeling moet bovendien elke gehele waarde met een cijfer zijn aangegeven, waarbij de hoogte van deze cijfers ten minste 5 mm moet bedragen.
3. Bij inrichtingen met digitale aanwijzing moeten de cijfers een hoogte van ten minste 10 mm hebben.
2. Bij inrichtingen met analoge aanwijzing moet de lengte van het kleinste schaaldeel ten minste 1,25 mm bedragen. Het gedeelte van de wijzer dat de deelstrepen overlapt, moet duidelijk zichtbaar zijn en een dikte hebben die niet meer bedraagt dan een vierde van de lengte van het kleinste schaaldeel. De wijzer moet ten minste één derde van de kortste streep bedekken. Op de schaalverdeling moet bovendien elke gehele waarde met een cijfer zijn aangegeven, waarbij de hoogte van deze cijfers ten minste 5 mm moet bedragen.
3. Bij inrichtingen met digitale aanwijzing moeten de cijfers een hoogte van ten minste 10 mm hebben.