BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.2.4
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. De toerenteller moet zijn voorzien van een aanwijsinrichting, die digitaal of analoog het gemeten toerental aangeeft.
2. De aanwijzing van het toerental moet plaats vinden in omwentelingen per minuut (min¯ⁱ).
3. De kleinste afleeseenheid mag ten hoogste een waarde hebben van 10 min¯ⁱ.
4. Het meetbereik van een toerenteller moet tenminste het gebied van 500 min¯ⁱ tot 6000 min¯ⁱ omvatten.
2. De aanwijzing van het toerental moet plaats vinden in omwentelingen per minuut (min¯ⁱ).
3. De kleinste afleeseenheid mag ten hoogste een waarde hebben van 10 min¯ⁱ.
4. Het meetbereik van een toerenteller moet tenminste het gebied van 500 min¯ⁱ tot 6000 min¯ⁱ omvatten.