BWBR0001880
Geldig vanaf 12-12-1910
Artikel 15
Pandhuiswet 1910
1. Binnen twee maanden wordt op het verzoek om toelating schriftelijk beschikt. Indien de toelating wordt verleend, wordt in het besluit opgenomen een omschrijving van de localiteiten, waarin de bank zal worden gehouden.
2. De toelating geldt alleen voor de localiteiten in het besluit vermeld Zij geeft slechts bevoegdheid tot het houden van de bank door den toegelatene persoonlijk of voor en ten name van den toegelatene en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander, die door hem daartoe schriftelijk gemachtigd is.
3. De toelating geldt mede voor hem, die na het overlijden van den toegelatene het bedrijf voortzet, gedurende drie maanden na het overlijden, en, indien door hem binnen dien termijn toelating is gevraagd, tot de beschikking op zijn verzoek.
4. De toelating vervalt, indien de toegelatene insolvent verklaard of onder curateele gesteld is.
2. De toelating geldt alleen voor de localiteiten in het besluit vermeld Zij geeft slechts bevoegdheid tot het houden van de bank door den toegelatene persoonlijk of voor en ten name van den toegelatene en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander, die door hem daartoe schriftelijk gemachtigd is.
3. De toelating geldt mede voor hem, die na het overlijden van den toegelatene het bedrijf voortzet, gedurende drie maanden na het overlijden, en, indien door hem binnen dien termijn toelating is gevraagd, tot de beschikking op zijn verzoek.
4. De toelating vervalt, indien de toegelatene insolvent verklaard of onder curateele gesteld is.
- Wet
- Pandhuiswet 1910
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001880
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl