BWBR0001880
Geldig vanaf 1910-12-12
Artikel 25
Pandhuiswet 1910
1. Hetgeen de opbrengst van een pand meer bedraagt dan de beleensom en hetgeen ter zake van de beleening verschuldigd is, wordt aan den rechthebbende uitgekeerd, indien deze een daartoe strekkend verzoek doet binnen twaalf maanden na den verkoop. Bij gebreke van tijdig verzoek vervalt dat bedrag aan den houder van de bank.
2. Het op een pand geleden verlies wordt door den houder van de bank gedragen.
2. Het op een pand geleden verlies wordt door den houder van de bank gedragen.