BWBR0001880
Geldig vanaf 1910-12-12
Artikel 23
Pandhuiswet 1910
1. De panden worden door den houder van de bank tegen brand- en diefstalschade verzekerd.
2. Indien Burgemeester en Wethouders de verzekering of het verzekerde bedrag onvoldoende achten, geven zij daarvan met redenen omkleed schriftelijk kennis aan den houder van de bank van leening, die binnen een maand aan de gerezen bezwaren tegemoet komt.
2. Indien Burgemeester en Wethouders de verzekering of het verzekerde bedrag onvoldoende achten, geven zij daarvan met redenen omkleed schriftelijk kennis aan den houder van de bank van leening, die binnen een maand aan de gerezen bezwaren tegemoet komt.