BWBR0001880
Geldig vanaf 1910-12-12
Artikel 38
Pandhuiswet 1910
1. Burgemeester en Wethouders doen ten minste eenmaal 's jaars en voorts zoo dikwijls zij dit noodig oordeelen door een of meer bij schriftelijke lastgeving aan te wijzen personen in de banken van leening een onderzoek instellen naar het beheer van de bank.
2. De houders van de banken van leening verstrekken aan personen, voorzien van voormelde lastgeving, op verzoek alle ter zake van het in het eerste lid bedoelde onderzoek noodige inlichtingen of inzage van bescheiden.
2. De houders van de banken van leening verstrekken aan personen, voorzien van voormelde lastgeving, op verzoek alle ter zake van het in het eerste lid bedoelde onderzoek noodige inlichtingen of inzage van bescheiden.