BWBR0001880
Geldig vanaf 1910-12-12
Artikel 28
Pandhuiswet 1910
Tot pand worden niet aangenomen:
a. zaken, die kenlijk tot den eeredienst behooren of kenlijk afkomstig zijn van instellingen van weldadigheid;
b. zaken, die met duidelijke omschrijving bij den houder van de bank als door diefstal verloren zijn aangegeven, behoudens schriftelijke machtiging van de burgemeester;
c. zaken, behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapening van een krijgsman beneden den rang van officier.
a. zaken, die kenlijk tot den eeredienst behooren of kenlijk afkomstig zijn van instellingen van weldadigheid;
b. zaken, die met duidelijke omschrijving bij den houder van de bank als door diefstal verloren zijn aangegeven, behoudens schriftelijke machtiging van de burgemeester;
c. zaken, behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapening van een krijgsman beneden den rang van officier.