BWBR0001880
Geldig vanaf 1910-12-12
Artikel 32
Pandhuiswet 1910
1. Tot pand aangeboden zaken, die met duidelijke omschrijving als door diefstal verloren bij de bank zijn aangegeven, worden aangehouden.
2. Daarvan wordt terstond kennis gegeven aan de burgemeester.
3. De in het eerste lid bedoelde zaken worden niet afgegeven dan na schriftelijke machtiging van de burgemeester.
4. Die zaken worden desverlangd aan de justitie verstrekt tegen bewijs van afgifte. Dat bewijs wordt afzonderlijk bewaard.
2. Daarvan wordt terstond kennis gegeven aan de burgemeester.
3. De in het eerste lid bedoelde zaken worden niet afgegeven dan na schriftelijke machtiging van de burgemeester.
4. Die zaken worden desverlangd aan de justitie verstrekt tegen bewijs van afgifte. Dat bewijs wordt afzonderlijk bewaard.