BWBR0001880
Geldig vanaf 12-12-1910
Artikel 40
Pandhuiswet 1910
De toelating van den houder van een bank van leening kan door Burgemeester en Wethouders worden ingetrokken:
1°. indien omstandigheden zich voordoen op grond waarvan, indien zij vroeger bekend of te duchten geweest waren, de toelating zou zijn geweigerd;
2°. indien blijkt, dat er binnen vijf jaren na de waarschuwing, bedoeld in art. 39, andermaal termen zouden zijn voor toepassing van dat artikel.
1°. indien omstandigheden zich voordoen op grond waarvan, indien zij vroeger bekend of te duchten geweest waren, de toelating zou zijn geweigerd;
2°. indien blijkt, dat er binnen vijf jaren na de waarschuwing, bedoeld in art. 39, andermaal termen zouden zijn voor toepassing van dat artikel.
- Wet
- Pandhuiswet 1910
- Citeren als
- Art. 40
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001880
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl