BWBR0001898
Geldig vanaf 01-01-1998
Artikel 10
Tramwegreglement
1. Alle seinen, welke bij de uitoefening van den dienst op een tramweg gegeven kunnen worden, worden omschreven en hun gebruik wordt geregeld in een reglement, seinreglement genoemd, dat na instemming van den Minister door bestuurders wordt vastgesteld.
2. In het seinreglement wordt omschreven welke seinen des daags en welke des nachts zullen worden gegeven. Bij mistig weder, sneeuwjacht en bij andere omstandigheden waardoor de dagseinen niet duidelijk te onderscheiden zijn moeten des daags, voorzover het dagsein niet door een lichtsein wordt gegeven, naast de dagseinen ook de nachtseinen worden getoond, tenzij de Minister afwijking hiervan toestaat.
3. Bestuurders zorgen, dat voldoende middelen aanwezig zijn, om de in het seinreglement omschreven seinen te geven.
2. In het seinreglement wordt omschreven welke seinen des daags en welke des nachts zullen worden gegeven. Bij mistig weder, sneeuwjacht en bij andere omstandigheden waardoor de dagseinen niet duidelijk te onderscheiden zijn moeten des daags, voorzover het dagsein niet door een lichtsein wordt gegeven, naast de dagseinen ook de nachtseinen worden getoond, tenzij de Minister afwijking hiervan toestaat.
3. Bestuurders zorgen, dat voldoende middelen aanwezig zijn, om de in het seinreglement omschreven seinen te geven.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl