BWBR0001898
Geldig vanaf 01-01-1998
Artikel 3
Tramwegreglement
1. Bij toepassing van electrische trekkracht met bovengrondschen stroomtoevoer wordt op geregelde tijden een onderzoek ingesteld:
a. naar den isolatieweerstand der contactgeleidingen en stroomtoe- en afvoerleidingen, in haar geheel en van elk onderdeel daarvan afzonderlijk;
b. naar den weerstand der terugleiding door de spoorstaven in haar geheel en van elke electrische spoorstaafverbinding afzonderlijk;
c. naar de doorsnede en den weerstand van aardverbindingen en de doorsnede van overige veiligheidsverbindingen;
d. naar de mate van afslijting der contactgeleiding langs de geheele lijn en den toestand, waarin zich alle onderdeelen der bovengrondsche geleiding bevinden.
2. De Minister kan van het bepaalde in het eerste lid onder b ontheffing verleenen.
3. De tijdstippen, waarop de onderzoekingen in het eerste lid genoemd plaats vinden, worden, bestuurders gehoord, door de Minister vastgesteld.
4. Van de uitkomsten der onderzoekingen, in het eerste lid genoemd en van de regeling der contactgeleidingen, in artikel 2 omschreven, wordt geregeld aanteekening gehouden in een register, daartoe met toestemming van de Minister door bestuurders aan te leggen.
a. naar den isolatieweerstand der contactgeleidingen en stroomtoe- en afvoerleidingen, in haar geheel en van elk onderdeel daarvan afzonderlijk;
b. naar den weerstand der terugleiding door de spoorstaven in haar geheel en van elke electrische spoorstaafverbinding afzonderlijk;
c. naar de doorsnede en den weerstand van aardverbindingen en de doorsnede van overige veiligheidsverbindingen;
d. naar de mate van afslijting der contactgeleiding langs de geheele lijn en den toestand, waarin zich alle onderdeelen der bovengrondsche geleiding bevinden.
2. De Minister kan van het bepaalde in het eerste lid onder b ontheffing verleenen.
3. De tijdstippen, waarop de onderzoekingen in het eerste lid genoemd plaats vinden, worden, bestuurders gehoord, door de Minister vastgesteld.
4. Van de uitkomsten der onderzoekingen, in het eerste lid genoemd en van de regeling der contactgeleidingen, in artikel 2 omschreven, wordt geregeld aanteekening gehouden in een register, daartoe met toestemming van de Minister door bestuurders aan te leggen.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl