BWBR0001898
Geldig vanaf 31-03-1920
Artikel 58
Tramwegreglement
Bestuurders zorgen, dat elke trein, voordat hij het station, waar hij is samengesteld, verlaat, geheel wordt nagezien, waarbij er in het bijzonder op moet worden gelet, dat:
a. de voertuigen geene gebreken vertoonen, die voor de veiligheid van het verkeer gevaar kunnen opleveren;
b. het trekvoertuig en de andere voertuigen onderling goed gekoppeld zijn, hieronder mede gerekend alle gevorderde koppelingen voor doorgaande rem, electrische drijf-, rem-, stuur- of lichtstroom, enz.
c. de gevorderde seinmiddelen aanwezig en zoo noodig aangebracht zijn;
d. voor zoover de trein met doorgaand remwerk is uitgerust en het stelsel van de reminrichting eene beproeving bij stilstaanden trein toelaat, dit goed werkt.
a. de voertuigen geene gebreken vertoonen, die voor de veiligheid van het verkeer gevaar kunnen opleveren;
b. het trekvoertuig en de andere voertuigen onderling goed gekoppeld zijn, hieronder mede gerekend alle gevorderde koppelingen voor doorgaande rem, electrische drijf-, rem-, stuur- of lichtstroom, enz.
c. de gevorderde seinmiddelen aanwezig en zoo noodig aangebracht zijn;
d. voor zoover de trein met doorgaand remwerk is uitgerust en het stelsel van de reminrichting eene beproeving bij stilstaanden trein toelaat, dit goed werkt.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 58
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl