BWBR0001898
Geldig vanaf 01-01-1998
Artikel 39
Tramwegreglement
1. De rijtuigen en wagens moeten op veeren rusten en onderling en met het trekvoertuig door veerkrachtige koppelingen verbonden kunnen worden.
2. De balcons der rijtuigen moeten van door de Minister goed te keuren beweegbare afsluitingen worden voorzien.
3. De rijtuigen moeten voorzien zijn van lampen. Het aantal, de lichtsterkte en de lichtbron behoeven de instemming van de Minister.
4. De inrichtingen, die dienen voor verwarming van de rijtuigen, behoeven de instemming van de Minister.
2. De balcons der rijtuigen moeten van door de Minister goed te keuren beweegbare afsluitingen worden voorzien.
3. De rijtuigen moeten voorzien zijn van lampen. Het aantal, de lichtsterkte en de lichtbron behoeven de instemming van de Minister.
4. De inrichtingen, die dienen voor verwarming van de rijtuigen, behoeven de instemming van de Minister.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 39
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl