BWBR0001898
Geldig vanaf 29-10-1922
Artikel 75
Tramwegreglement
1. Aan de beambten moet in een tijdvak van twee (2) achtereenvolgende weken tusschen twee opeenvolgende diensttijden twee malen een onafgebroken rusttijd van ten minste tien (10) uren en de overige malen een van ten minste twaalf (12) uren worden gegeven.
2. Op de door den Minister, bestuurders gehoord, te bepalen stations, halten, baanvakken of posten kan voorwaardelijk of onvoorwaardelijk voor de door hem aan te wijzen beambten die onafgebroken rusttijd tot ten minste tien (10) uren worden beperkt.
3. Tusschen twee onafgebroken rusttijden en (of) rustdagen, als in dit artikel en in het volgende genoemd, mag geene grootere tijdruimte dan veertien (14) uren gelegen zijn.
4. Aan de beambten moeten boven de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde rusttijden gedurende den diensttijd de noodige korte rustpoozen voor het gebruiken van de maaltijden worden toegestaan.
2. Op de door den Minister, bestuurders gehoord, te bepalen stations, halten, baanvakken of posten kan voorwaardelijk of onvoorwaardelijk voor de door hem aan te wijzen beambten die onafgebroken rusttijd tot ten minste tien (10) uren worden beperkt.
3. Tusschen twee onafgebroken rusttijden en (of) rustdagen, als in dit artikel en in het volgende genoemd, mag geene grootere tijdruimte dan veertien (14) uren gelegen zijn.
4. Aan de beambten moeten boven de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde rusttijden gedurende den diensttijd de noodige korte rustpoozen voor het gebruiken van de maaltijden worden toegestaan.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 75
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl