BWBR0001898
Geldig vanaf 01-01-1998
Artikel 24
Tramwegreglement
1. Behalve vóór de indienststelling worden de stoomketels der trekvoertuigen door de Minister beproefd en onderzocht:
a. telkenmale na het inwendig onderzoek, bedoeld in het tweede lid van dit artikel;
b. na elke belangrijke herstelling;
c. uiterlijk drie jaren na de voorafgaande beproeving;
d. wanneer de Minister zulks om redenen van veiligheid noodig acht.
2. Ten hoogste acht jaren na de indienststelling van een nieuwen stoomketel en daarna telkens na zes jaren wordt de ketel door de Minister inwendig nagezien, nadat daartoe alle vlampijpen zijn uitgenomen.
3. De Minister is bevoegd aan bestuurders te vergunnen, dat eene, ingevolge het bepaalde in het eerste lid onder c te verrichten beproeving wordt uitgesteld, alsmede, dat voor een, ingevolge het bepaalde in het tweede lid in te stellen onderzoek niet alle vlampijpen worden uitgenomen.
a. telkenmale na het inwendig onderzoek, bedoeld in het tweede lid van dit artikel;
b. na elke belangrijke herstelling;
c. uiterlijk drie jaren na de voorafgaande beproeving;
d. wanneer de Minister zulks om redenen van veiligheid noodig acht.
2. Ten hoogste acht jaren na de indienststelling van een nieuwen stoomketel en daarna telkens na zes jaren wordt de ketel door de Minister inwendig nagezien, nadat daartoe alle vlampijpen zijn uitgenomen.
3. De Minister is bevoegd aan bestuurders te vergunnen, dat eene, ingevolge het bepaalde in het eerste lid onder c te verrichten beproeving wordt uitgesteld, alsmede, dat voor een, ingevolge het bepaalde in het tweede lid in te stellen onderzoek niet alle vlampijpen worden uitgenomen.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 24
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl