BWBR0001898
Geldig vanaf 31-03-1920
Artikel 5
Tramwegreglement
1. Voor elken tramweg worden door den Minister, bestuurders gehoord, profielen van vrije ruimte vastgesteld.
2. Het is verboden zonder toestemming van den Minister:
a. binnen deze profielen een gebouw, muur, schutting, aarden wal of ander verheven voorwerp op te richten of te hebben;
b. binnen deze profielen en in de strooken langs deze profielen, ter breedte van 0,50 M., boomen of houtgewas te planten of te hebben.
3. Bestuurders doen er zooveel mogelijk voor waken, dat zich binnen deze profielen geene voorwerpen bevinden, welke den loop der treinen zouden kunnen belemmeren.
2. Het is verboden zonder toestemming van den Minister:
a. binnen deze profielen een gebouw, muur, schutting, aarden wal of ander verheven voorwerp op te richten of te hebben;
b. binnen deze profielen en in de strooken langs deze profielen, ter breedte van 0,50 M., boomen of houtgewas te planten of te hebben.
3. Bestuurders doen er zooveel mogelijk voor waken, dat zich binnen deze profielen geene voorwerpen bevinden, welke den loop der treinen zouden kunnen belemmeren.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl