BWBR0001898
Geldig vanaf 01-10-1997
Artikel 6
Tramwegreglement
1. Tusschen twee samenloopende of elkander kruisende sporen wordt de grens aangeduid, tot welke zich voertuigen op het eene spoor kunnen bewegen, zonder de beweging van voertuigen op het andere spoor te hinderen. Tusschen die grens en den wissel of het kruispunt mogen gelijktijdig op de beide sporen geen voertuigen worden geplaatst of voortbewogen.
2. De wijze, waarop die grens wordt aangeduid, wordt, bestuurders gehoord, door de Minister vastgesteld.
2. De wijze, waarop die grens wordt aangeduid, wordt, bestuurders gehoord, door de Minister vastgesteld.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl