BWBR0001898
Geldig vanaf 01-01-1998
Artikel 32
Tramwegreglement
1. Mechanische en electrische inrichtingen op trekvoertuigen, welke door andere drijfkracht dan stoom worden bewogen, worden niet in gebruik genomen dan na door de Minister te zijn onderzocht, beproefd en geaccordeerd.
2. Bestuurders zenden van elk zoodanig trekvoertuig aan de Minister eene opgave behelzende:
a. de gegevens, vermeld in artikel 18, lid 5, 6, I, lid 6, II, of lid 6, III;
b. ingeval zoodanig trekvoertuig elders dienst heeft gedaan, den datum van eerste ingebruikneming en de herstellingen, die het in de laatste zes jaren heeft ondergaan.
3. Indien de in artikel 16 bedoelde teekeningen of schakelschema's niet voldoende duidelijk zijn, moeten de door de Minister nader noodig geoordeelde detailteekeningen of nader uitgewerkte schakelschema's worden overgelegd.
2. Bestuurders zenden van elk zoodanig trekvoertuig aan de Minister eene opgave behelzende:
a. de gegevens, vermeld in artikel 18, lid 5, 6, I, lid 6, II, of lid 6, III;
b. ingeval zoodanig trekvoertuig elders dienst heeft gedaan, den datum van eerste ingebruikneming en de herstellingen, die het in de laatste zes jaren heeft ondergaan.
3. Indien de in artikel 16 bedoelde teekeningen of schakelschema's niet voldoende duidelijk zijn, moeten de door de Minister nader noodig geoordeelde detailteekeningen of nader uitgewerkte schakelschema's worden overgelegd.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl