BWBR0001898
Geldig vanaf 13-12-1922
Artikel 73
Tramwegreglement
In deze afdeeling wordt verstaan:
A. onder "beambten" alle personen, die bij eene tramwegonderneming in dienst zijn, met uitzondering van de personen, op wier arbeid van toepassing zijn de hoofdstukken IV en V der "Arbeidswet 1919" en van hen, te wier aanzien de Minister verklaart, dat aan toepasselijkheid van deze afdeeling geen behoefte bestaat;
B. onder "diensttijd" de tijdruimte, gelegen tusschen twee onafgebroken rusttijden en (of) rustdagen, als genoemd in de artikelen 75 en 76, na aftrek van de daarin gelegen rusttijden. Deze aftrek wordt niet toegelaten: voor rusttijden van minder dan een half uur; voor rusttijden, gelegen tusschen negen uur namiddag en negen uur voormiddag; voor rusttijden, welke niet op dienstrooster aangegeven, bij algemeene aanschrijving geregeld of op andere wijze vóór den aanvang van de dienstindeeling vastgesteld zijn; voor rusttijden van ander dan onderhoudspersoneel, welke niet op de standplaats genoten kunnen worden;
C. onder "rusttijd" of "rustdag" de tijdruimte, waarin de beambte geheel vrij is van elke bemoeienis met den tramweg;
D. onder "week" de kalenderweek;
E. onder "standplaats" de plaats of plaatsen, waar zich bevindt het kantoor, de werkplaats, het station, de halte of de post, het baanvak of het locomotiefdepot, waarbij het personeel is ingedeeld;
F. onder "jeugdige personen" beambten beneden 18 jaar.
A. onder "beambten" alle personen, die bij eene tramwegonderneming in dienst zijn, met uitzondering van de personen, op wier arbeid van toepassing zijn de hoofdstukken IV en V der "Arbeidswet 1919" en van hen, te wier aanzien de Minister verklaart, dat aan toepasselijkheid van deze afdeeling geen behoefte bestaat;
B. onder "diensttijd" de tijdruimte, gelegen tusschen twee onafgebroken rusttijden en (of) rustdagen, als genoemd in de artikelen 75 en 76, na aftrek van de daarin gelegen rusttijden. Deze aftrek wordt niet toegelaten: voor rusttijden van minder dan een half uur; voor rusttijden, gelegen tusschen negen uur namiddag en negen uur voormiddag; voor rusttijden, welke niet op dienstrooster aangegeven, bij algemeene aanschrijving geregeld of op andere wijze vóór den aanvang van de dienstindeeling vastgesteld zijn; voor rusttijden van ander dan onderhoudspersoneel, welke niet op de standplaats genoten kunnen worden;
C. onder "rusttijd" of "rustdag" de tijdruimte, waarin de beambte geheel vrij is van elke bemoeienis met den tramweg;
D. onder "week" de kalenderweek;
E. onder "standplaats" de plaats of plaatsen, waar zich bevindt het kantoor, de werkplaats, het station, de halte of de post, het baanvak of het locomotiefdepot, waarbij het personeel is ingedeeld;
F. onder "jeugdige personen" beambten beneden 18 jaar.
- Wet
- Tramwegreglement
- Citeren als
- Art. 73
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl