BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 18
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 17of toepassing zal worden gegeven aan het derde lid.
2. Indien besloten wordt geen toepassing te geven aan het derde lid wordt de vrijstelling geweigerd.
3. Op de voorbereiding van het besluit omtrent de vrijstelling is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing, met dien verstande dat:
a. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder;
b. in afwijking van artikel 3:18, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
2. Indien besloten wordt geen toepassing te geven aan het derde lid wordt de vrijstelling geweigerd.
3. Op de voorbereiding van het besluit omtrent de vrijstelling is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing, met dien verstande dat:
a. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder;
b. in afwijking van artikel 3:18, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.