BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 48
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Burgemeester en wethouders kunnen een aanlegvergunning intrekken:
a. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. indien binnen een in de vergunning te bepalen termijn na de dagtekening van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
c. indien de werkzaamheden langer dan een in de vergunning te bepalen termijn zijn gestaakt.
a. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. indien binnen een in de vergunning te bepalen termijn na de dagtekening van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
c. indien de werkzaamheden langer dan een in de vergunning te bepalen termijn zijn gestaakt.