BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 65
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17en 5:20 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing, mede met betrekking tot de uitvoering van verordeningen betreffende de ruimtelijke ordening.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17en 5:20 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing, mede met betrekking tot de uitvoering van verordeningen betreffende de ruimtelijke ordening.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.