BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 41d
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. In de door de gemeenteraad met toepassing van artikel 41c, eerste lid, bepaalde gevallen bevorderen burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding van de krachtens dat lid aangeduide besluiten. Burgemeester en wethouders kunnen andere bestuursorganen verzoeken de medewerking te verlenen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Met het oog daarop zendt het bestuursorgaan dat bevoegd is op een aanvraag voor een dergelijk besluit te beslissen, hen onverwijld een afschrift van die aanvraag.
2. Ten aanzien van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, derde volzin, zijn burgemeester en wethouders mede bevoegd die in te dienen bij het bevoegde bestuursorgaan.
3. Op de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 41c, eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing, met dien verstande dat:
a. de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, tevens wordt gedaan in de Staatscourant en langs elektronische weg;
b. burgemeester en wethouders de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, voor verschillende onderwerpen kunnen samenvoegen in een kennisgeving die door burgemeester en wethouders wordt gedaan;
c. de ontwerpbesluiten binnen een door burgemeester en wethouders in overeenstemming met het betrokken bevoegd gezag te bepalen termijn worden toegezonden aan burgemeester en wethouders die zorg dragen voor de toezending, bedoeld in artikel 3:13 van die wet;
d. zienswijzen door een ieder naar voren kunnen worden gebracht;
e. in afwijking van artikel 3:18 van die wet de besluiten worden genomen binnen een door burgemeester en wethouders in overeenstemming met het betrokken bevoegd gezag te bepalen termijn;
f. de besluiten onverwijld worden toegezonden aan burgemeester en wethouders;
g. burgemeester en wethouders beslissen over de toepassing van artikel 3:18, tweede lid, van die wet, en
h. de toezending, bedoeld in artikel 3:44 van die wet, tevens geschiedt aan burgemeester en wethouders.
2. Ten aanzien van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, derde volzin, zijn burgemeester en wethouders mede bevoegd die in te dienen bij het bevoegde bestuursorgaan.
3. Op de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 41c, eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing, met dien verstande dat:
a. de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, tevens wordt gedaan in de Staatscourant en langs elektronische weg;
b. burgemeester en wethouders de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, voor verschillende onderwerpen kunnen samenvoegen in een kennisgeving die door burgemeester en wethouders wordt gedaan;
c. de ontwerpbesluiten binnen een door burgemeester en wethouders in overeenstemming met het betrokken bevoegd gezag te bepalen termijn worden toegezonden aan burgemeester en wethouders die zorg dragen voor de toezending, bedoeld in artikel 3:13 van die wet;
d. zienswijzen door een ieder naar voren kunnen worden gebracht;
e. in afwijking van artikel 3:18 van die wet de besluiten worden genomen binnen een door burgemeester en wethouders in overeenstemming met het betrokken bevoegd gezag te bepalen termijn;
f. de besluiten onverwijld worden toegezonden aan burgemeester en wethouders;
g. burgemeester en wethouders beslissen over de toepassing van artikel 3:18, tweede lid, van die wet, en
h. de toezending, bedoeld in artikel 3:44 van die wet, tevens geschiedt aan burgemeester en wethouders.