BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 27
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Degene die tijdig zijn zienswijze bij de gemeenteraad naar voren heeft gebracht, alsmede een belanghebbende aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet overeenkomstig artikel 23juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtzijn zienswijze bij de gemeenteraad naar voren heeft gebracht, kan gedurende de in artikel 26genoemde termijn van terinzageligging bij gedeputeerde staten bedenkingen inbrengen tegen het bestemmingsplan.
2. Voor zover de gemeenteraad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, kan een ieder gedurende de in artikel 26bedoelde termijn bij gedeputeerde staten daartegen bedenkingen inbrengen.
2. Voor zover de gemeenteraad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, kan een ieder gedurende de in artikel 26bedoelde termijn bij gedeputeerde staten daartegen bedenkingen inbrengen.