BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 39k
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Op de voorbereiding van de in artikel 39j, eerste lid, bedoelde besluiten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing, met dien verstande dat:
a. de ontwerpen van de besluiten binnen een door Onze projectminister te bepalen termijn worden toegezonden aan Onze projectminister, die zorg draagt voor de in artikel 3:13, eerste lid, van die wet bedoelde toezending;
b. Onze projectminister ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kan geven aan de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:12 van die wet;
c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder;
d. in afwijking van artikel 3:18 van die wet de besluiten worden genomen binnen een door Onze projectminister te bepalen termijn;
e. de besluiten onverwijld worden toegezonden aan Onze projectminister.
2. Voor zover een ontwerp van een besluit als bedoeld in het eerste lid, zijn grondslag vindt in een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing of in een projectbesluit, kunnen bedenkingen daarop geen betrekking hebben.
3. Artikel 46, eerste lid, van de Woningwetis niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter uitvoering van het rijksprojectbesluit.
a. de ontwerpen van de besluiten binnen een door Onze projectminister te bepalen termijn worden toegezonden aan Onze projectminister, die zorg draagt voor de in artikel 3:13, eerste lid, van die wet bedoelde toezending;
b. Onze projectminister ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kan geven aan de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:12 van die wet;
c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder;
d. in afwijking van artikel 3:18 van die wet de besluiten worden genomen binnen een door Onze projectminister te bepalen termijn;
e. de besluiten onverwijld worden toegezonden aan Onze projectminister.
2. Voor zover een ontwerp van een besluit als bedoeld in het eerste lid, zijn grondslag vindt in een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing of in een projectbesluit, kunnen bedenkingen daarop geen betrekking hebben.
3. Artikel 46, eerste lid, van de Woningwetis niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter uitvoering van het rijksprojectbesluit.